Imponerende
uitvoering van “Die Jahreszeiten” Door: Sophie Krale Sleeuwijk, 20 november 2004 –Zaterdagavond gaf oratoriumvereniging “Pro Musica” uit Werkendam m.m.v. C.O.V. Excelsior uit Huizen een uitvoering van het prachtige oratorium Die Jahreszeiten van Joseph Haydn in de Ontmoetingskerk te Sleeuwijk. De solisten waren sopraan Maja Roodveldt, tenor Harald Quaaden en bas Martijn Sanders. Begeleiding door kamerorkest Continuo, Margriet den Hartog klavecimbel. Het geheel stond onder leiding van Kees Glaubitz. Die Jahreszeiten kan gerekend worden tot de lichtklassieke muziek, is boeiend en levendig en heeft bovendien een dosis humor. Het werk bestaat uit vier delen: Lente, Zomer, Herfst en Winter. Haydn verstond de kunst de bijna volkse melodieën in een sfeer van huiselijke en landelijke scènes neer te zetten. Het prachtige openingskoor Komm holder Lenz klonk helder, fris en verwachtingsvol. Het verzorgde programmaboekje vermeldde enkele eigenzinnige trekjes van Haydn. Zo had de tekstschrijver een operamelodietje gewild in de aria: Schon eilet froh der Ackersmann. Haydn was het daarmee niet eens en liet de boer het thema uit de Paukenschlag fluiten. Het koor bezong heel levendig het voorjaar, je zag en hoorde de lammetjes springen en de vlinders en vogels fladderen. In de zomer werd de oproep tot de arbeid prachtig weergegeven door de hoorn. Het koor antwoordde fris en jubelend. Ook zeer beeldend was de onweerscène in de zomer, mooi door het orkest begeleid. In de herfst werd de liefdesscène: Unsre Herzen sind vereinet; trennen kann sie Tod allein. De sopraan en de tenor zongen heel gevoelig , maar het is wat vreemd dat geliefden elkaar niet aankijken tijd ens het zingen van zo’n liefdesverklaring. Je zou op z’n minst een klapzoen verwachten na deze innige woorden, maar ja het is geen opera... Vervolgens werden we door het koor meegenomen op de jacht en waren we getuige van de druivenoogst: Es lebe der Wein en de bijbehorende uitbundigheid met drinkgelag. In de winter hoorde je de vrouwen spinnen aan het spinnewiel in het volksliedje: Knurre, schnurre, knurre. Heel mooi gezongen door de vrouwen. Jammer, dat niet meer mannen zich geroepen voelen om op niveau te zingen. Een groot aantal sopranen en alten tegenover een handjevol tenoren en bassen. Maar toch klonk het mannenkoor in Mädchen, Bursche, Weiber, kommt! verrassend sterk. Hoewel de balans binnen het koor dus niet optimaal is, is het Kees Glaubitz wel gelukt een muzikaal evenwicht te bereiken. Het koor schitterde met een volle stralende klank. Hoewel het wel opviel op dat niet iedereen naar de dirigent keek maar vaak wegdook in de partituur. De solisten zongen op hoog niveau, goed verstaanbaar, trefzeker en overtuigend. De tenor overstemde in een duet vaak de sopraan of bas. Dat neemt niet weg dat zijn stem een fraaie klank heeft maar zijn vibrato is vrij fors te noemen. Uitzonderlijk mooi klonk het stemgeluid van de bas, sonoor, strak en duidelijk. De sopraan schitterde in de aria’s, waarin zij de hoge noten moeiteloos wist te bereiken. Het orkest Continuo is goed op elkaar ingespeeld en begeleidde het koor op uitstekende wijze met fraaie uitschieters door de fluitist en hoornist. Dit orkest bezit een bijzonder goede klank. Zowel in het tutti als in de zeer zachte passages bleef het orkest één geheel en mooi in evenwicht. Kees Glaubitz bewees deze avond weer dat goede wijn geen krans behoeft. Hij was de grote inspirator van het geheel. Kortom, dit muzikale meesterwerk is op grootse wijze uitgevoerd. Een prestatie van hoog niveau. |