Recensie
uit Huizer Courant van 29 december 2005
Weihnachtsoratorium
Christelijke Oratoriumvereniging Excelsior
Dirigent Kees Glaubitz
Zenderkerk
vrijdag 23 december 2005
font>
Maja Roodveldt - sopraan
Annelies Lamm – alt
Arco Mandemaker – tenor
Willem de Vries – bas
Cees van der Poel –organist
Met nauwelijks verhulde trots vertelde de voorzitter van Excelsior vrijdag in zijn openingswoord voorafgaande aan het winterconcert onder andere, dat voor het eerst in de geschiedenis van de gemeente Huizen de complete vertolking van het Weinachtsoratorium zou plaatsvinden. Voorts dat de vereniging nieuwe sponsors aan zich had weten binden. De financiën zijn altijd een bron van zorg voor verenigingen. Een beetje verlichting van die zorg moet voor de penningmeester de opbrengst van de toegangsbewijzen, tevens programmaboekjes, geweest zijn. De kerk was vrijdag namelijk heel goed bezet. En dat was niet alleen goed voor de kas, maar minstens ook voor het zelfvertrouwen van de zangers
De solisten en de begeleiding
Het begrip ‘projectzanger’ heeft zijn intrede gemaakt in de Huizer muziekwereld. Niet door het lidmaatschap aan de vereniging verbonden zangers verlenen hun medewerking aan de uitvoering van een werk. Het is gissen of daardoor een betere balans in het koor is gekomen Er was vrijdag in elk geval een betere onderlinge verdeling van de stemmen.
Een jongogende tenor met een eveneens daarbij behorende stem beet het spits af als evangelist. Zoals ook het koor, groeide deze solist in de uitvoering. In ‘Frohe Hirten’, het tweede deel, snelde Arco Mandemaker de herders voor naar Betlehem. Hij ontroerde door zijn vertolking van het uitnodigende voorstel naar het Kind te gaan.
Om bij deze solist te blijven, in zijn niet geringe aandeel in de zesde en laatste cantate schitterde zijn stem in de dictie.
De alt, Annelies Lamm, kon de zaal aan. In het hogere register leek de wendbaarheid van de stem groter, maar dat kan persoonlijke waarneming zijn.
De voordracht van deze alt behoeft een alert reagerende begeleiding. Een juiste interpunctie van de begeleiding geeft de vertolking door een solist meer zeggingskracht.
De bas, Willem de Vries, overtuigde. In zijn aria‘s. Bijna aan het einde van de eerste cantate werd hij door een prachtig spelende trompettist gesecondeerd. Ook hier kan worden opgemerkt dat de rust in de begeleiding (na de pauze) nog moest komen.
De sopraan, Maja Roodveldt, was eveneens goed bij stem; een heldere vertolkster van haar deel van de kerstgeschiedenis. Het duet met de bas in het derde deel was een moment om naar uit te zien, maar nog sterker dan dit was Maja Roodveldt met de bas in arioso ‘Jesus, du mein liebsten Leben’. Dit was één van de hoogtepunten van de avond. Een toppunt was zeker ook het recitatief van het solistenkwartet vóór het slotkoraal, ‘Was will der Holle Schrecken nun?’. Hiermee sloten de vier solisten hun aandeel in het concert gevoelvol af.
Het koor, het orkest en de continuospelers.
Excelsior groeide gaande het concert. Zoals hiervoor aangegeven kwam in de loop van het concert merkbaar meer rust in de vertolking en daardoor ook meer evenwichtigheid in zang en spel. Excelsior gaf uitstekend gestalte aan, wat in de inleiding van het programmaboekje gesteld wordt, het populairste koorwerk van de grote Bach. Zoals de Matthäuspassion in de lijdenstijd wel het meest in de belangstelling staande muziekstuk is, zo is dat, waar het om Bach’s koorwerken gaat, in de kersttijd het Weinachtsoratorium.
Het was een goede gedachte van Excelsior de luisteraars enig inzicht te geven over het ontstaan van het oratorium en de verdeling daarvan; eigenlijk de samenvoeging van de zes betreffende cantates voor de eredienst tot één groot(s) werk.
De betrokkenheid van de koorleden bij de vertolking van het meesterwerk was af te leiden uit het op niveau musiceren.
Maar het waren niet alleen de zangers die betrokken waren bij Bach’s meesterwerk en daarom hun partij op levendige wijze tot uitvoering brachten, het was eveneens en primair de dirigent en ook de toehoorders waren in de ban waren van dit muzikale meesterwerk.
Ronduit professioneel was de vertolking van het ‘Ehre sei dir, Gott gesungen’. Het was jammer dat één van de trompettisten aan het einde van de zesde cantate, het zesde deel een paar nootjes liet liggen. Dat kan natuurlijk. Meer storend was de begeleiding van de soloviolist bij één van de aria’s; de viool was niet goed bij toon. Het koor echter maakte dat weinig onvolkomene meer dan goed.
Even nog de aandacht bij de vijfde cantate bepalend: het recitatief van de alt was aansprekend.
Het hele oratorium door waren het de hobo’s die een buitengewone en dus wél opgemerkte transparantie te weeg brachten. Eigenlijk het hele concert door. Waar de solotrompettist aantrad viel diens positieve bijdrage eveneens op. Het moet de attente concertbezoeker vóór in de kerkzaal opgevallen zijn hoe stipt de organist, Cees van der Poel, zijn aandeel in het concert voor zijn rekening nam. Samen met de celliste tekende hij voor een verzorgd continuospel.
Het kan nauwelijks anders, maar waar het Weinachtsoratorium nog ‘nog goed in de vingers ligt’, zou het te betreuren zijn als niet, in afwisseling met bijvoorbeeld de Messiah, het Weinachtsoratorium regelmatig zou terugkeren op de kalender, zodat, als de financiën het toelaten, voor het voorjaar/de zomer, andere composities in studie kunnen worden genomen. Een traditie als in het Concertgebouw in Amsterdam, waar het ene jaar op Palmzondag de Matthäuspassion en het jaar daarop de Johannespassion wordt uitgevoerd, zou het in Huizen niet misstaan als rond de Kerst afwisselend de Messiah en het Weinachtsoratorium over het voetlicht zouden komen.
Een totaalindruk van het concert van afgelopen vrijdag is moeilijk in woorden te vatten. Maar als we woorden tekortkomen zeggen we het soms met bloemen. Bloemen nu vielen de dirigent, solisten en organist ten deel. Naast de bloemen veel en langdurig applaus.
Een concert is naar mijn mening pas geslaagd als concertgangers niet eerder tevreden zijn dan nadat zij door hun applaus een kleine bijdrage aan het welslagen van de avond hebben kunnen leveren. Nu, dát was vrijdag 23 december 2005 duidelijk het geval.
In de muziek komen reprises, herhalingen, nog al eens voor. Een muziekavond als vrijdag jongstleden is zeker voor herhaling vatbaar.
Henk
van Amstel
|