Terug

Kerstconcert Excelsior

Jongstleden vrijdag gaf de Christelijke Oratoriumvereniging Excelsior haar winterconcert waarbij in het programma werd aangeknoopt bij het aanstaande kerstfeest. Bij de programmering dit keer werd terug- gegrepen op die van elf jaar daarvoor. Dus niet voor alle concertbezoekers waren de concertnummers even bekend. Verrassend waren dan ook de uitgevoerde werken en hun uitvoering door solisten, koor en orkest onder, zo bleek gaan- de weg het concert de gedreven leiding Kees Glaubitz. Een betrokkenheid op de muziek en het koor die er meestal borg voor staan dat deze maestro het ultieme uit het zangers en zangeressen weet te halen. Zo ook vrijdag.

Noemen we eerst de vocale solisten: Marjorie Ginczinger, sopraan, de mezzosopraan Anneke Kamp en de alt Henriëtte van den Dool; het vrouwelijke deel van de solisten.
Marjorie Ginczinger was de dame die zowel letterlijk als figuurlijk boven de andere solisten van vrouwelijke kunne uitstak. Mocht zij haar vocale volume voor de pauze enigszins aanpassen aan die van haar collega's, na de pauze, toen zij de enige soliste was, was zij een waardige tegenvoeter van het hele Excelsior, dat zich geheel kon uitleven in het tweede werk "Der Stern von Bethlehem" van J.G. Rheinberger. In de compositie voor de pauze, het "Oratorio de Noël" van Camille Saint-Saëns, gingen Anneke Kamp en Henriëtte van den Dool ten onder aan de toch ingehouden begeleiding.
Het mannelijk deel van de vocale solisten: Arco Mandemaker, tenor, en de bariton Willem de Vries konden zich, net als Ginczinger beter meten met de klankruimte en de begeleiding.
In het begin van Oratorio de Noël, Prélude, was sprake van een pastorale sfeer. Orkest, Kamerorkest Continuo, en instrumentale solist, de organist Cees van der Poel, zorgden voor een klankkleurring zoals we die onder meer kennen bij Jules Massenet. Zowel bij deze opening als later tijdens het Oratorio de Noël, in zijn instrumentale bijdrage, zorgde Van der Poel voor een wel afgewogen begeleiding. De afstand tussen orgel en organist enerzijds en dirigent , solisten, koor en orkest anderzijds, was er debet aan dat niet altijd alles synchroon verliep; het Duo, sopraan en bariton, was daar een voorbeeld van.

In het eerste koorwerk, Gloria in altissimis Deo, gaf het koor direct zijn visitekaartje weg. Het Air, gezongen door de mezzosopraan, met lage ligging van de noten, kon onvoldoende toot de zaal doordringen. De tenor Arco Mandemaker, daarentegen deed ons kennismaken met een echte oratoriumzanger. Het koor was in "Waarom woeden de volkeren indrukwekkend.

In het Trio Tecum principium mengde zich de bariton Willem de Vries in een aan de anderen gelijkwaardige voordracht. Het slotkoor, Tollite hostias, bezorgde de concertbezoekers kippenvel. Ook daar liet het koor zich van zijn beste zijde zien.

Josef Gabriël Rheinberger was de componist van het werk na de pauze. Het kan zijn dat de luisteraar soms wordt getroffen door de verwantschap met de ene keer Haydn, en de andere keer Beethoven. Met name de opmaat deed aan Haydn denken, later in het tweede deel, Hirten, de klarinet die herinnerde aan de Pastorale van Bach.

Het eerste deel werd gekenmerkt door mooie crescendi en decrescendi. In het tweede deel een gedeelde waardering voor zowel sopraan als koor.

In de Erscheinung des Engels was het koor helemaal ontketend. Excelsior zowel we dit als oratoriumkoor kennen. Trouwens in heel dit concertstuk kon Excelsior haar faam bevestigen aangezien het merendeel van deze compositie voor koor geschreven is.

Merkwaardig is het dat de componist in "Der Stern" bij 'Urplötzlich teilt sich das Dunkel' geen klankeffect heeft bedacht.

In Maria, deeltje 8, was er schiervolmaakte eenheid tussen sopraan, orgel en orkest.
Excelsior kan zichzelf niet overtreffen, dat leert de geschiedenis. De muzikale lat ligt hoog. Én koor, én dirigent leggen iedere keer weer getuigenis af van hun verbondenheid aan de muziek. Alle waardering voor de dirigent, solisten, zowel instrumentaal (organist) als vocaal, het koor en het weer excellerende kamerorkest Continuo. Een voortzetting van de gevestigde traditie zou het muzikale leven in Huizen zeer ten goede komen.

H. van Amstel

Terug